inhoud

MOMMAERTS

Zo leeft Meerbeek

Menu

Begin

Terug

Vooruit

Uitloggen

Inhoud

Meerbeek in 1956

De mensen van Meerbeek, met 1.250 zijn zij (in 1956), die werkelijk de handen vol hebben met het witloof.

Met en door het witloof denken die van Meerbeek weinig of niet aan de oude geschiedenis die voor het dorp en de streek nochtans belangrijk is.

De Zeven-tomme, nu (1956) een eenzame streek, was vroeger bewoond, maar de huizen verdwenen er - naar beweerd wordt - ingevolge de pest. Om de geschiedenis maken de witloofkwekers zich niet druk : zij weten wellicht maar weinig af van het heerlijke geslacht van Meerbeek en evenmin van het kasteel dat aan de westzijde der gemeente, thans de Balling geheten, stond tot in 1870 toen de laatste resten er van afgebroken werden.

Meer aandacht schenken zij aan hun kerk, toegewijd aan Sint Antnius, die op 17 Januari bijzondere verering heeft van de boeren, die in 't verleden dan de Zondag daarop hun 'papkermis' vierden. Dit gebeurt nu niet meer, maar daarvan behielden zij toch hun naam 'papboeren'.

Meerbeek in 1956

De boeren die door de enige dorpspolitiek - in tijd van gemeenteverkiezing - als in twee kampen verdeeld zijn : de 'engelen' en de 'duvelen', die toch nooit 'erg' kwaad op iemand. De 'Engelen' zweren bij hun muziekmaatschappij 'De jonge Fanfare' en de 'Duivelen' blijven de fanfare 'De ware vrienden' trouw. In 't verre verleden zou het zelden of nooit gebeuren dat een engel met een duivelin trouwde of een engelin een duivel tot wederhelft nam. Daarin is gelukkig verandering gekomen en duivelen en engelen vormen samen als bekroning van het verbond de machtige afdeling der kroostrijke gezinnen met meer dan honderd leden.

René Penninckx, de melkophaler, is de gewaardeerde voorzitter van de de schone bond der kroostrijke gezinnen met haar frisse onderafdeling der B.J.B.-jeugd.

Oud en jong vindt elkaar terug in de gezellige parochiezaal die er kwam dank zij Z.E.H. pastoor Moris, de oudbekende van de H. Rozenkransparochie te Wilrijk en sedert 1942 de volksvried van de Meerbekenaren die bijzonder O.L.Vrouw van de Hulstberg vereren en die het stemmige kerkje op een hoogte aan de Noordkant van de dorpskom als het schoonste sieraad aanzien. Enkele onderdelen zijn eeuwenoud en behoren nog tot de Romaanse periode van voor de vergroting in 1731 en in 1885.

Matje, de 76-jarige gebuur van mijnheer de pastoor, die weet er van mee te sreken. Clement Gielis heet Matje eigenlijk, die beluisterde tijdens de jongste oorlog toch een - als eerste  man - het verheugend nieuws dat de wereldbrand ten einde was... tot mijnheer pastoor, die hierin ook weer de hand had, het geheim van de zender ontsluierde.

Wij zagen het bij Weduwe Bruylants, het 95-jarige Netteke dat lach en spraak terugkreeg toen Z.E.H Moris op haar toetrad. "Een krakende wagen die al ver gelopen is", lachte Netteke die door haar dochter vertroeteld wordt.

Burgemeester De Kerf, die wij in zijn hof, natuurlijk bij een witloofgroef vonden en die zijn vader als hoofd van de gemeente opvolgde, is vol lof over dat kleine Brabantse dorp dat zich koestert in gezellige plooien waarlangs nog koeienspannen zijn en waar met een voorbeeldig wegennet ook waterleiding en verlichting de zorg uitmaken van de overheid.

Na het werk op het veld, na de broei in de groef, komt daar het kuisen en het inpakken.

Dat kuisen is het werk van de vrouwen, terwijl het inpakken door specialisten gebeurt met speciaal materiaal : er komt parafine-papier bij te pas, want de verzending overzee vraagt heel wat tijd. En dat is de trots van die van Meerbeek dat 'hun' groente, de vrucht van 'hun' arbeid uitverkoren wordt als 'boot-groente'.

Meerbeek in 1956

Meerbeek in 1956

Meerbeek in 1956

Voorzitter Louis De Coster en Gust Heinbeeck, de secretaris en 'duivel-doet-al' die houden de 'Snelle Reisduif' in ere... en Jef van Netelbos, de kampioen, die doet de rest...


De oude huizen, als 't Hof van Michellekens op Bosveld, staan er bij te dromen en Sint Antonius, die boven de ingang van de parochiezaal een schoon beeld kreeg, die kan er fier zijn over die boeren die 't wel eens beproefden met leghennen en fazanten, maar die toch zweren bij hun witloof, de lekkernij die zij gereedsstoven ten behove van de fijnproevers over geheel de wereld.


Zonder vakschool maar met Brabantse grond als werkterrein en met hun handen en geest als gereedschap, zijn die van meerbeek de uitverkoren hoveniers van uitverkoren witloof.

Meerbeek in 1956

Foto's en tekst uit 'Zondagsvriend' van 1956.