L
amerika-keuzemenu
belgians-americans-keuzemenu
migranten-keuzemenu
stambomen-keuzemenu
keuzemenu
de-wit-abeloos
de-wit-abeloos
mommaerts-de-wit

Mommaerts

Maria De Wit

Begin

Terug

Vooruit

Uitloggen

Inhoud

Menu

Maria De Wit

© Lode Mommaerts

Maria Josephina De Wit


Genaamd : Marieke Fonge


Geboren te Vrebos-Everberg op 26 maart 1923

Overleden te Leuven op 15 februari 2012


Dochter van Alphonsus (1897-1969) en van Joanna Catharina Abeloos (1897-1986)


Gehuwd met te Everberg op 1 september 1945 met


Raymond Emiel Mommaerts

  

Een moderne en vooruitstrevend vrouw

Gestorven aan een hersenbloeding door het verdriet dat haar (andere) kinderen haar hebben aangedaan. Zij hebben haar voor de vrederechter gedaagd ten einde haar dement te laten verklaren. De dag nadien overleed ze aan een hersenbloeding.

Maria huwde met Raymond Mommaerts uit Meerbeek.


Ze kochten de versleten hoeve van 'Den Beer' in de Lozendaalstraat te Vrebos.


Het boerenbedrijf was niet leefbaar, ook al omdat het voor een keuterboertje, toen al, niet evident was om landbouwgrond te verwerven. Deze gronden waren in handen van de grote boeren.


Vader kreeg last van maagzweren en onderging verschillende malen een operatie wat er toen op neer kwam dat er telkens een stuk(je) van zijn maag werd verwijderd tot er op het laatste nog slecht één derde van overbleef.

Hij dronk meer dan goed voor hem was. Sommigen beweren dat drank maagpijn verzacht. Misschien dronk hij wel als gevolg van de angsten die hij uitstond toen hij zich moest wegsteken als werkweigeraar.


Er viel niet veel te renoveren aan de hoeve maar eerder veel af te breken.

Marieke maakte van de gelegenheid gebruik om een deel van het niet bewoonde hoeve dat vast zat aan de woning om te bouwen tot een winkel. Vader zag dat niet zitten maar Maria dreef door.

Door zijn verleden als werkweigeraar kon Raymond in het Museum voor Midden-Afrika aan de slag als zaalwachter.

Maar, zeer slecht uitgerust, bleef hij ook verder boeren als volwaardig witloofboer.


De vader van Maria De Wit kreeg een hersenbloeding. Hij overleefde dit maar was totaal verlamd.
Hij was nog helder van geest, maar kon niet meer praten en kon uitsluitend zijn linker arm bewegen.
Hij bleef 7 jaar in bed liggen tot hij in 1969 zijn goede arm opstak en overleed.


In 1968 liet Maria centrale verwarming in huis en tuin leggen (voor het witloof) hoofdzakelijk om het werk voor Raymond te verlichten.


In 1969 pleegde hij zelfmoord nadat hij een kuur wegens alcoholisme had ondergaan en die dag flink aan de fles had gezeten. Zijn kuur wegens alcoholisme onderging hij in Grimbergen wat in feite een huis voor geestesgestoorden was.

Dat ging toen zo. Ik was toen 15 jaar en kreeg geen enkele verklaring.


Op 46-jarige leeftijd stond ze er met 7 kinderen alleen voor. Ze bleef die winter achter met 25 lagen witloof en een goed draaiende winkel.


Nadat één van de kinderen haar liet verstaan dat het 'ons' huis was, verkocht Maria alles om van nul te herbeginnen in de woning van haar ouders in de Hoekstraat in Vrebos. Haar moeder, mijn grootmoeder, bleef er in een aangepast gedeelte wonen tot haar dood in 1986.


In 1976 kwam haar oudste zoon om het leven. Deze werkte bij de NMBS en werd op zijn werkplaats aan het station van Erps-Kwerps gegrepen door een trein.


Een kleindochter overleed in 1983.


Haar schoondochter hertrouwde en hun zoontje werd in 1989 vermoord in Frankrijk.


Na een hersenbloeding overleed haar oudste dochter in 1997. Zij werd nog geopereerd maar het mocht niet baten.


Ook op de woning in de Hoekstraat kwam sleet en het onderhoud was kostelijk en niet evident.


Nadat wij, moeder en ik, op zoek gingen naar een betere betaalbare woning kwamen wij in Aarschot uit. Daar kocht ze een woning in een woonwijk. Everberg kwam niet in aanmerking wegens te duur.

Ook haar vriendin verhuisde van Herent en kwam op enkele meters van haar wonen.

Toen was moeder gelukkig.


Ook ik kon, wegens te duur, niet langer terecht in de streek van Bertem-Kortenberg en week omstreeks 2000 ook uit naar Aarschot op een paar minuten van moeder.


Nu maken wij een grote tijdssprong.

Moeder werd ook ouder.


Mijn vrouw en ik zorgden voor ons moeder. Wij deden haar inkopen en brachten haar warm eten.

Omdat de hulp ontoereikend was gaven wij haar woning af en toe een extra beurt.

Werken met Familiehulp was niet zo evident omdat die maar een bepaalde tijd van hun aanwezigheid mochten poetsen en sommige namen dat op de letter.

Na een dispuut met de kinderen van moeder met Nieuwjaar kwam er een
definitieve breuk tussen mij en haar kinderen.

Men eisste dat ik die dag niet over politiek en over mijn werk mocht praten. Wij verlieten 'het feest'.

Na een korte onderbreking en nadat wij zagen dat moeder ongelukkig was en niet goed werd verzorgd begonnen wij haar opnieuw te verzorgen.


Moeder had landbouwgrond liggen in Vrebos en wou deze aan de zoon van haar broer verkopen die dat bewerkte. De prijs was minder  belangrijk. Maar dat was buiten haar andere kinderen gerekend. Ik kreeg de kans niet om hem te contacteren en ik werd beticht van een dief te zijn.

Een kind werkte op de bank waar moeder al haar gelden en rekeningen had en zij had zelf volmachten.

 

Verschillende malen legde een kind van moeder bij de politie klacht neer tegen mij voor van alles en nog wat.

Telkens werd die klacht geseponeerd.

Moeder als voormalig zelfstandige en landbouwster had graag een bepaalde som contant geld in huis (ongeveer 500 euro) maar dat mocht niet van haar kinderen. Op een bepaald moment werd haar bankkaart afgenomen tot ik bij de bankdirecteur dreigde om naar de politie te stappen.


Wat ik toen niet wist was het feit dat moeder bij de bank als (begin) dementerend te boek stond.

Dementerend !?!
Ieder dag bracht ik de krant mee voor moeder, die ze gretig las.

Moeder keek naar Teletext op TV. Ik zou niet weten hoe ik dat moet opzetten.
Wij konden over alles en nog wat normaal en gezellig praten met moeder.
Is zo iemand dement !?!

Voor de andere was moeder een zaag die altijd maar kloeg over haar gezondheid en die rookte terwijl 'zij' bij haar in huis waren. Moeder mocht niet over mij praten en zeker niets positief. Moeder werd verplicht te eten, zelfs zaken die ze niet lustte. Dikwijls kreeg ze opgewarmde voeding voorgeschoteld.

Moeder wist dat en kon daarom veel minder goed met de 'andere' kinderen opschieten.


Voor moeder had ik een telefoon gekocht met een alarmknop die aan haar hals hing. Van uit dat ding aan haar hals kon ze met mij contact opnemen en rechtstreeks spreken. 'Ze' hadden het er moeilijk mee dat 'mijn' nummer daar in stond.


Dement

Iemand had met de goedkeuring en steun van de andere kinderen moeder voor de vrederechter gedaagd om haar dement te laten verklaren. Moeder had altijd gezegd dat, wanneer ze haar zelfstandigheid zouden afpakken, zij het huis zou in brand steken en zelfmoord plegen. Zij hield er altijd rekening mee dat zo iets zou kunnen gebeuren. Haar vrees kwam uit.


Op 14 februari 2012 was de 'vergadering' gepland. Ik had een advocaat voor moeder genomen.
De vrederechter kwam met een psychiater aan. Diegene die boel had ingang gestoken zei nog tegen moeder dat ze dat alles voor goed deden. Moeder antwoordde niet.

Moeder en de advocaat gingen een kwartiertje apart zitten in de veranda.

Het verdict: moeder kreeg maar 21 op 30 punten, daar waar ze er 23 moest halen om niet dement te worden verklaard.
Moeder werd dement verklaart, maar ze was zo min dement als u en ik.


Buiten mijn vrouw en ik verliet iedereen verliet het huis. Wij steunden moeder nog.

Daags nadien op 15 februari waren we vroeg bij moeder thuis daar wij vermoedden dat ze het heel kwaad zou hebben.

Wij praatten over alles en nog wat en er werd zelfs nog gelachen. Om 11 uur vertrokken we me de belofte dat we tegen de middag terug kwamen om warm eten te brengen.

Omstreeks 11:30 ging via haar de telefoon. Het was moeder die met een vreemde stem liet ze weten dat ze zich niet goed voelde en voortdurend moest overgeven.


Ik snelde mij naar moeder en was in enkele minuten daar. Waarom weet ik niet, maar ik had dadelijk door dat ze een hersenbloeding had gekregen. Ik belde de hulpdiensten en vroeg dat de MUG zou meekomen. Binnen 20 minuten stonden ze aan de deur.


Moeder werd ingeladen. Zij vroeg mij nog om met mijn auto de ziekenwagen te volgen.


Na lang wachten, zag ik op spoed het gezicht van behandelend geneesheer. Ik zei hem dat ik het hem gemakkelijk zou maken en liet weten dat moeder een document had opgesteld dat ze in geen geval, zoals mijn grootvader, aan machines wilde liggen. Dan is het gedaan reageerde de behandelend geneesheer. Ik was de laatste die moeder nog levend had gezien.


De begrafenis werd geregeld door 'hen' in het crematorium van Hasselt. Ik wilde niet samen met hen op het overlijdensbericht staan en toch zetten ze mij erop. Eén van hen had de lokale politie gebeld om te vragen om mij uit de aula te zetten moest ik daar toekomen. Ik ben niet naar haar begrafenis geweest.

Moeder werd uitgestrooid aan het crematorium van Hasselt terwijl ze altijd de uitdrukkelijke wens had gehad om uitgestrooid te worden te Everberg. Zelfs dat respecteerden de anderen niet.


Na zovele jaren ligt de ontruiming van de begraafplaats mij zodanig aan het hart, omdat ik weet dat sommige het daar zéér moeilijk mee hebben.


Moeder zei me bij leven dat 'als er iets was' zij mij na haar overlijden zou steunen.

Ik heb nooit iets gezien of gevoeld.

Ik geloof (in) niets meer.


Hoe kunnen de kinderen van moeder zo verder leven met dit op hun kerfstok. Dat begrijp ik niet.