inhoud

MOMMAERTS

Danyel Dirk

Menu

Begin

Terug

Vooruit

Uitloggen

Inhoud

Biografie van Danyel Dirk door EMI

EMI ‘s biografie van Danyel Dirk

 

Op 24 januari 1947 kregen twee leuke meisjes uit Sterrebeek een broertje bij en... dat broerje was ik, die twee meisjes waren m’n nu minder leuke zussen.


Van mijn twee eerste levensjaren in Sterrebeek herinner ik me natuurlijk niets meer, maar sinds de verhuis naar Leefdael blijven verschillende feiten vast in m’n geheugen.

Leefdael waar ik nu nog woon is een buitengemeente waar vooral aan landbouw gedaan wordt. Toen ik nog klein was hielp ik al bij het pikken van het graan en het rooien van aardappelen op de natburige landerijen.


Thuis sleet ik ettelijke uren zittend op een houten hek zingend (eerste hits !) "Hoor de muzikanten" en "Ons veulen", schreeuwend en zot doen, vlinders vangen en familietje spelen in een daartoe bestemde strohut te samen met mijn zusjes.


Bij het opgroeien kon ik zusters’ hulp makkelijk missen en werd ik goed bevriend met een zoon uit een naburige hoeve. Wij zwoeren eeuwige vriendschap rniet het vast besluit ooit later als twee hereboeren grote landerijen te beheren.


Samen liepen we bewaarschool en de lagere school te Leefdael, een tweetal kilometers van huis gelegen. De rit van huis naar school werd dan ook een dagelijkse dolle race.


Sinds m’n eerst studiejaar behoorde ik bij de uitverkorenen voor het oprichten van een kinderkoor in de :parochiekerk. Dit was echter maar van korte duur daar het luiden van kerkklokken (gepaard met proppenschieten) en het uitpikken van godvruchtige kerkbezoekers (liefst kaal— hoofden) vanop het hoogzaal voor ons

wekelijkse kost werd. Af en toe zongen we ook wel.


De twee laatste jaren van de lagere school liep ik te Leuven. De verplaatsing gebeurde per tram wat natuurlijk een regelmatig gevecht in regel bracht menig aanslag op het andere geslacht met projektielen, meikevers, water en proppen ontbraken nooit

Deze dolle tramritten werden plots onderbroken door een dwaas ongeluk op een trieste decembermorgen (10 december 1958). Zoals iedere dag wachtte ik mijn vriend uit de naburige hoeve op om dan samen naar de tramhalte te gaan.

Den auto-ongeval brak hier een stevige vriendschap; dit betekende het einde van ons spel, de bosspeurtochten, het werk op het land.


Deze breuk is de oorzaak geweest van een terugtrekken uit m’n onmiddellijke omgeving alleen op mijn kamer, op het veld of in ‘t bos kon ik pas mezelf terug worden. Tijdens deze donkere periode kreeg ik van mijn oudste zus mijn eerste gitaar ter gelegenheid van een goed presteren op school. Sindsdien werd mijn kamer mijn vast verblijf en gitaarspel mijn vaste studie. Af en toe zong ik wel maar nooit in t bijzijn van mensen. Daarbij werd ik wel een goed afnemer van de platenwinkel.

Muziek werd stillaan alles voor mij....


Om me weer tussen vrienden te brengen plaatsten mijn ouders me op een internaat bij de broeders te Zaventem. Daar heb ik me tijdens het schooljaar goed omringd gevoeld en werd er zelfs een aktief voetbalfan. Maar tijdens weekends en verloven zocht ik alweer de eenzaamheid van mijn kamer met mijn gitaar en mijn platen.


Tijdens de lange zomermaanden kampeerde ik jaarlijks aan zee. De zee heeft me steeds die aangesproken; de vroegere morgenuren en de late avond op het strand en in de duinen geven me een gevoel dat ik niet in het minst in het drukke dagelijkse leven kan weervinden, Tijdens mijn internaat vormde ik samen met enkele vrienden uit Kortenberg een gitaarensembie. Zelf speelde ik solo daar de meeste akkoorden me onbekend waren en bas me nog grotere moeilijkheden bezorgden.


Van meezingen was nooit sprake daar ik het juiste beat-accent niet kon vatten, het kon me trouwens ook moeilïjk overtuigen.

Als meeloper werd ik dan ook vlug ontslagen.

Kortenberg werd mijn tweede thuis: Servaetia, studentenklub werd mijn geliefkoosd ontspanningsoord en Colomba, volleyklub mijn sportcirkel.


In 1965 beêindigde ik niijn humanoria te Zaventem. Als bekroning was er een schoolreis naar Griekenland. Tijdëns deze tocht ontdekte ik de bouwkunde en sinds einde ‘65 volg ik. dan ook de cyclus van archtektuur in het St. Lukas college te Brussel. Het "Hoekske", symbool van ieder St. Lukasstudent, is ook een vaste ankerplaats van mijn huidig dagelijks leven geworden.

Waar ik nu de oorsprong van de weg tot de zang moet situeren is moeilijk te bepalen. Ik zong wel af en toe maar steeds voor mezelf, ik kon moeilijk aanvaarden dat me ernaar luisterde; waar ik nu de moed gehaald heb om me te laten inschrijven in een zangwedstrijd van een Belgisch weekblad is voor mij nog steeds een raadsel.

 

Maar die bewuste 27 januari 1967 is voor mij een ware mijlpaal geworden....


Tot daar de auto-biografio van Danyel. Sedert die bewuste 27 januari is er heel wat gebeurd.


Dat hij opgemerkt werd door Peter Plum, bekende Producer en muziekuitgever (o.a. Mireille Mathieu,  Charles Aznavour) mag als een eerste stap naar de grammofoonplaat beschouwd worden.

De zuivere uitspraak, de warme stem en het simpatiek voorkomen van deze jonge zanger waran beslissende argumenten voor Peter Plum om de aspirant-hitmaker onder zijn hoede te nemen.

Met zorg werden twee nummers gekozen om op de eerste 45 rpm—plaat te verschijnen. Met "Ik..stop..HOU. .stop.. VAN..stop..JOU..stop.."komt Danyel’s gevoel voor ritme en prettige nummers sterk tot uiting en in de A-kant "Olé El Torreo" voelt hij zich helemaal thuis. Hij voelt de tekst zeer goed aan en dankzij de rneeslepende melodie is deze zijde bestemd om zeer vlug de aandacht te trekken en het vebaasde ons dan ook niet dat Danyel een mooi venkoopscijfer behaalde.


Danyel Dirk is een jongen die er komen wil... en ook kan. De simpatie die hij uitstraalt en de vertolking

van de liedjes die hij brengt zijn niet zijn kleinste troeven. Het publiek en vooral de "teenagers" moeten

oordelen. Zij verheugen zich vast ôp het vooruitzicht een jongen "van bij hen" en "van hun leeftijd" in hun diskotheek uit te nodigen.

En nu komt ar alweer een tweede 45rm op de markt... het belooft spoedig een mooie hit te worden.